Bij de Transparantiebenchmark draait alles om samenhang

redactie

De Kristalprijs zet bedrijven in het zonnetje die uitblinken in hun rapportage over maatschappelijke impact. Het jaarlijkse evenement is echter veel meer dan een prijzenfeestje. Met de onderliggende transparantiebenchmark wil de overheid bedrijven stimuleren meer waarde te halen uit hun verslaglegging. “Bedrijven moeten laten zien wat ze goed doen”, zegt juryvoorzitter Monika Milz. “Maar ook wat nog beter kan. Transparantie helpt een onderneming toekomstbestendig te maken.”

De Transparantiebenchmark legt de 500 grootste bedrijven van Nederland langs de meetlat. Ze worden beoordeeld op een groot aantal factoren die betrekking hebben op het bedrijfsmodel, het beleid en de resultaten. Ook voor de managementaanpak, relevantie, duidelijkheid, betrouwbaarheid, responsiviteit en de samenhang in de verslaglegging zijn punten te verdienen.

Competitie

Ranglijsten leiden automatisch tot competitie en de drang om te verbeteren. Bij de Transparantiebenchmark is dat niet anders, constateert Milz. Maar er is nog een tweede manier waarop de benchmark de transparantie in het bedrijfsleven vergroot. “Het onderzoek maakt duidelijk waar de koplopers mee bezig zijn, maar ook hoe bedrijven omgaan met zaken die moeilijk zijn. Andere partijen kunnen daarvan leren. In de benchmark gaat het niet om de laagste CO2-uitstoot, maar om de manier waarop je daarover in gesprek gaat.”

Banken en duurzaamheid

De juryvoorzitter, die zelf 20 jaar directie-ervaring heeft bij onder meer ABN Amro en de Rabobank, wijst op de opvallend hoge scores van banken in de lijst van vorig jaar. “Je kunt je afvragen wat banken met duurzaamheid te maken hebben. Ze hebben immers een relatief kleine directe impact. Hooguit het energieverbruik in hun panden en of ze hun afval scheiden. Maar de impact is veel groter als je kijkt naar de assets die de banken op hun balans hebben staan. Enkele grootbanken spannen zich bijvoorbeeld in om het vastgoed dat ze financieren te verduurzamen. Andere bedrijven kunnen die voorbeelden gebruiken als handvatten om zelf te verduurzamen.”

Juryvoorzitter Monika Milz: “In de benchmark gaat het niet om de laagste CO2-uitstoot, maar om de manier waarop je daarover in gesprek gaat.”

Integrale verslaggeving

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat laat de Transparantiebenchmark sinds 2004 uitvoeren. “In die begintijd stond niet-financiële verslaggeving nog in de kinderschoenen”, zegt jurylid Martin Hoogendoorn, die als hoogleraar externe verslaggeving verbonden is aan de Erasmus Universiteit. “De afgelopen 10 jaar werden gekenmerkt door de opkomst van het MVO-jaarverslag. De huidige trend is echter een meer integrale benadering van financiële en maatschappelijke verslaggeving.”

Gedeelde belangen

Hoogendoorn is dit jaar toegetreden tot de jury van de Kristalprijs. Zijn eigen aandacht is ook steeds meer verschoven naar de samenhang in de verslaggeving van bedrijven. “Op lange termijn zie ik weinig verschil tussen de belangen van financiële stakeholders en andere belanghebbenden. Uiteindelijk heeft een goed personeelsbeleid ook financiële consequenties, net als investeringen in innovatie, het fiscale beleid en de relatie van een bedrijf met de omgeving.”

Van CFO naar CPO

Met de opkomst van het geïntegreerde jaarverslag komt het onderwerp MVO ook meer op het bordje van de directie te liggen. Wanneer een bedrijf de financiële en niet-financiële rapportage als één geheel op dezelfde datum publiceert, moet de CFO er immers ook zijn handtekening onder zetten. “De CFO is dan ook bij uitstek degene die alle prestaties van een bedrijf moet kunnen meten en verantwoorden”, zegt Hoogendoorn. “Maar het vraagt wel een bredere set vaardigheden. De CFO moet multidisciplinair gaan samenwerken en geïntegreerd gaan denken en communiceren. De CFO wordt daarmee meer een CPO: de Chief Performance Officer.”

Nieuwe mindset

Het is een ontwikkeling die hand in hand gaat met de toegenomen aandacht voor maatschappelijke relevantie bij de strategievorming, zegt Petri Hofste, die een lange staat van dienst heeft als toezichthouder bij ondernemingen als Rabobank, Achmea en Fugro. Ook Hofste maakt sinds dit jaar deel uit van de nu driekoppige jury van de Kristalprijs. “Er is een nieuwe mindset in opkomst. De financiële wereld heeft zich na de kredietcrisis enorm beziggehouden met regelgeving en de positie van financiële instellingen die in zwaar weer zaten. De maatschappelijke relevantie was ondergesneeuwd. Inmiddels opereren niet alleen financiële instellingen, maar alle bedrijven in een context waarin innovatie, digitalisering en een positieve bijdrage aan de wereld belangrijk zijn geworden. Ze kunnen hun continuïteit alleen waarborgen als ze dat speelveld en de belangen van alle betrokkenen goed in ogenschouw nemen. Ook raden van commissarissen (RvC’s) leggen daarom meer nadruk op maatschappelijke verslaggeving.”

Jurylid Petri Hofste: "Er is een nieuwe mindset in opkomst. Ook raden van commissarissen (RvC’s) leggen meer nadruk op maatschappelijke verslaggeving."

Ondernemerschap

Maar hoewel het goed is dat RvC’s kwetsbare processen goed in het vizier houden, moet MVO-verslaggeving niet in de sfeer van risicovermijding getrokken worden, waarschuwt juryvoorzitter Milz. “Laten we kijken naar de opwaartse kracht die uitgaat van een geïntegreerde benadering. Het ondernemerschap dat erachter zit. Als een bedrijf weet welke bijdrage het kan leveren, lukt het ook beter om commerciële kansen te benutten. Daar wordt het Nederlandse bedrijfsleven beter van.”

Koplopers

Uit de Transparantiebenchmark blijkt dat de koplopers werken aan volledige integratie van MVO in hun rapportagestructuur. Bedrijven uit de top van de benchmarks van de afgelopen jaren hebben hierin al grote stappen gezet. Toch moet de grote middenmoot nog volgen, constateert Hoogendoorn. “Zij vinden transparantie misschien wel belangrijk, maar hun organisatie is er niet op ingericht. Ook het mkb ziet erg op tegen de kosten van nieuwe rapportagemethoden. Geïntegreerd denken heeft al postgevat in het brede bedrijfsleven. De stap naar geïntegreerd rapporteren moet daardoor kunnen volgen.”

Jurylid Martin Hoogendoorn: “Geïntegreerd denken heeft al postgevat in het brede bedrijfsleven. De stap naar geïntegreerd rapporteren moet daardoor kunnen volgen.”

Educatieve waarde

Juist het grote middenveld, dat wel wil, maar nog niet weet ‘hoe’, kan daarom veel leren van de best practises uit de top van de ranglijst. Maar ook voor de Rijksoverheid heeft de Transparantiebenchmark een grote educatieve waarde, stelt Milz. “Voor innovatie geldt dat de overheid niet zelf met de ideeën komt, maar wel moet faciliteren. Dan is het belangrijk dat ze goed op de hoogte is van de laatste stand van zaken. De doorwrochte analyse die ten grondslag ligt aan de benchmark levert daarover waardevolle informatie. Het mes snijdt aan twee kanten.”

Scoresysteem

De Transparantiebenchmark heeft een scoresysteem waarbij maximaal 200 punten te verdienen zijn. In 2016 wisten 6 bedrijven meer dan 190 punten te halen. Winnaar Alliander mocht met 199 punten zelfs een bijna perfecte score noteren. “Het is de voorbode van een nieuwe fase”, zegt Milz. “We bekijken op dit moment hoe we de benchmark kunnen aanpassen aan de huidige stand van zaken. Ook wij blijven innoveren.” Wat dat precies betekent, kan de juryvoorzitter nog niet zeggen. Wel is duidelijk dat de Transparantiebenchmark er vanaf 2018 anders uit zal zien.

Kristalprijs 2017

De uitreiking van de Kristalprijs 2017 vindt plaats op 21 november in het Antropia Cultuur- en Congrescentrum in Driebergen-Zeist. Heeft u zich al aangemeld?